Een opvallende bevinding uit het PISA-onderzoek is dat het niet best gesteld is met de motivatie van de Nederlandse leerlingen. Het betreft alle leerlingen, achtergrond of intelligentie hebben geen invloed. Nederlandse leerlingen hebben over het algemeen weinig zin om te leren of om zich eens stevig vast te bijten in een complex vraagstuk. Een zesje of zelfs een 5,5 (dat is toch voldoende hoor ik thuis regelmatig) vindt de gemiddelde puber meer dan genoeg. Hoe is het met de motivatie van de leerlingen in de andere landen gesteld?
In Canada is er sprake van hoge teambetrokkenheid en ondernemerschap. Zowel ouders, leerlingen als docenten nemen veel initiatief voor nieuwe activiteiten en dit wordt altijd positief gewaardeerd. Daarnaast krijgt iedere leerling ondersteuning van een counselor met wie regelmatig gesprekken zijn over de zorgen die leerlingen hebben, de doelen, hun motivatie etc. Het gevolg hiervan is dat alle leerlingen zich onderdeel van het systeem voelen en dat heeft een positief effect op de motivatie en de resultaten. Tevens is het schoolsysteem erg flexibel, leerlingen hebben tot hun zestiende jaar veel keuzemogelijkheden en kunnen het zich permitteren fouten te maken. Leerlingen kunnen bepaalde routes uitproberen voordat ze hun persoonlijke pad gaan volgen. In dit boek komt heel duidelijk naar voren dat er een sterk verband is tussen vroege voorselectie op niveau en geringe motivatie. Daarom moet er niet zo vroeg voorgeselecteerd worden. Veel kinderen zijn op hun twaalfde jaar nog helemaal niet klaar om de juiste richting te kiezen, maar dat betekent niet dat ze tot een bepaald niveau hier niet toe in staat zijn. Intelligentie is iets wat zich ontwikkelt net als talenten. Tot het achttiende jaar zou er daarom geen weg dichtgetimmerd moeten worden. De schoolleiders die voor dit boek geïnterviewd zijn, hebben hier een uitgesproken mening over. Het draait niet om het intellect, maar om wat leerlingen interessant vinden en om wat hun passie is. Door die invalshoek te nemen, gaan leerlingen leren. It won’t stick untill you make it meaningfull to their lives (aldus een scholleider uit Canada).

Leerlingen kunnen intrinsiek of extrinsiek gemotiveerd zijn om te leren. In het eerste geval leren zij omdat ze weten waarom ze iets leren, ze zien er het nut van in. De motivatie komt van binnenuit. Bij extrinsieke motivatie leren leerlingen omdat er een beloning tegenover staat, bijvoorbeeld een cijfer. Veel Nederlandse leerlingen zijn extrinsiek gemotiveerd. Leerlingen werken van het ene naar het andere cijfer; leren lijkt bij toeval plaats te vinden. Hoe vaak zuchten docenten niet dat de leerlingen alleen voor een cijfer lijken te werken. Extrinsieke motivatie hoeft niet altijd verkeerd te zijn blijkt ook uit dit boek. Het kan voor leerlingen prima werken als zij inzien dat ze Franse woordjes voor een cijfer moeten leren. Echter zij zullen ook moeten inzien dat een zes in dat geval niet genoeg is, omdat er dan uiteindelijk een gat in de woordenschat ontstaat. Leerlingen moeten vooral het geheel zien. De docent heeft hier een belangrijke rol in. Hij kan ook besluiten de woordjes niet voor een cijfer te overhoren, maar ze telkens terug te laten komen totdat iedereen ze beheerst. Of zoals in bijvoorbeeld China en Singapore gebeurt, de woorden en teksten repetitief klassikaal herhalen totdat iedereen het kent (Rote learning). In de Westerse cultuur wordt deze manier van herhalend leren nog wel eens geassocieerd met het niet begrijpen van de leerstof. Cijfers lijken in ieder geval weinig positief effect op de motivatie van leerlingen te hebben. In China daarentegen zijn leerlingen niet intrinsiek gemotiveerd en weinig autonoom, maar gaan wel graag naar school. Zij vinden het helemaal niet erg om gecontroleerd te worden. Deze bevinding staat haaks op de theorie over intrinsieke en extrinsieke motivatie. Een verklaring wordt gezocht in de Chinese cultuur. Iedereen benadrukt de waarde van leren. Niets is leuk tot je ergens goed in bent en om ergens goed in te worden moet je heel hard werken, is het motto in de meeste Chinese families. Alle begin is moeilijk. Westerse families geven snel op, komt naar voren in dit boek. Je kunt immers niet overal goed in zijn. Chinese families hebben als uitgangspunt dat je niet overal goed in kunt zijn en daardoor dus voor de vakken waar je moeite mee hebt extra hard moet werken. De intrinsieke motivatie bij Chinese kinderen ontstaat op het moment dat zij weten dat ze iets beheersen. Dan zijn zij en hun omgeving trots op de prestatie die behaald is. Chinese kinderen werken altijd hard of ze nu wel of niet gemotiveerd zijn. Een nadeel is dat zij vrijwel geen kritische vragen stellen in tegenstelling tot Nederlandse kinderen. Wat in ieder geval duidelijk naar voren komt in dit onderzoek is dat leerlingen beter gemotiveerd zijn als ze inzien dat intelligentie en leervermogen verhoogd kunnen worden door hard te werken.

Wat kan Nederland hiervan leren? In ieder geval dat alleen werken voor een cijfer niet leidt tot een betere motivatie van de leerling. Het heeft ook lang niet altijd een positief effect op de resultaten. Pas als leerlingen inzien waarom ze iets moeten begrijpen of het in een groter geheel kunnen plaatsen gaan zij leren. Leerlingen hebben veel meer aan feedback op hun leerproces dan al die cijfers. Uiteraard is het niet verkeerd om af en toe een cijfer te geven, het moet wel in balans zijn en het cijfer moet denk ik vooral duidelijk maken wat de leerling op een bepaald moment wel of niet beheerst. Daarnaast is het voor leerlingen erg belangrijk dat zij ook leren vanuit hun eigen leervraag en zo kennis opdoen. Er zijn scholen waar vooral het cijfer de overhand heeft en er zijn ook scholen waar leerlingen alleen aan de hand van hun eigen leervraag leren. Ik zou voorstander zijn van een combinatie. Het bureau DocentPlus dat de prachtige toetsmethode RTTI ontwikkeld heeft, maakt het toetsen zonder cijfer een stuk eenvoudiger. Zij hebben een digitaal systeem ontwikkeld waardoor zowel leerlingen als docent niet alleen feedback krijgen op het leerproces, maar ook op vaardigheden. Het werken met dit systeem lost veel problemen op, want als je geen cijfer geeft hoe maak je als docent dan inzichtelijk waar de leerling staat?

Tot slot heeft dit boek heeft mij weer laten zien hoe jammer het is dat leerlingen in Nederland op twaalfjarige leeftijd geselecteerd worden naar niveau en ook dat het niet nodig is. De bezochte landen laten zien dat het niet ten nadele is van de excellente leerlingen als alle niveaus door elkaar zitten. In deze landen zijn de klassen niet overal klein, wel staan overal professionele docenten voor de klas die iedere leerling in beeld hebben en waar nodig ondersteuning bieden (hierover meer in de volgende blog). In Nederland worden ten onrechte wegen gesloten voor (sommige) leerlingen die meer tijd nodig hebben om te groeien en zich nog moeten ontwikkelen. De keuzes die de politiek heeft gemaakt in het Nederlandse onderwijsstelsel kunnen zeker voor laatbloeiers negatieve gevolgen hebben. Geef de Nederlandse leerling ruimte zodat hij/zij de ruimte heeft zijn intelligentie en talenten te ontwikkelen, laat hem/haar keuzes en fouten maken voordat hij zijn definitieve persoonlijke pad gaat volgen zou mijn advies zijn aan politiek Nederland en ook aan schoolleiders. Want er zijn gelukkig steeds meer scholen in Nederland waar pas in het derde leerjaar gekeken wordt welke richting het beste past bij het kind.

Minke Knol
Interim-schoolleider & adviseur VO