Harris, A. & Jones, M. The Dutch way of education. Onderwijs Maak Je Samen (2017).

Deze recensie heb ik geschreven in opdracht van het tijdschrift Van twaalf tot achttien.

Het best bewaarde geheim van het Nederlandse onderwijs

Na het lezen van het boek The Dutch Way In Education kan ik zeggen dat ik trots ben op ons Nederlandse onderwijssysteem. Volgens het PISA-onderzoek behoren we niet tot de best presterende landen, desondanks zijn er met recht aspecten die ons onderwijs uniek maken. Een toelichting op de voor mij meest unieke elementen van het Nederlandse onderwijs:

Het Nederlandse onderwijsstelsel is uniek in de wereld doordat het zowel openbaar als particulier (bijzonder) onderwijs bekostigt. Dit duale stelsel maakt dat ouders kunnen kiezen tussen scholen en er vrijheid van onderwijs is (zie artikel 23 Grondwet). Nederlandse scholen kennen een hoge mate van autonomie, dit betekent dat scholen in vergelijking met andere landen zelf eigen keuzes kunnen maken en daardoor onafhankelijk kunnen denken en tot op zekere hoogte zelf kunnen sturen. Dat scholen een hoge mate van autonomie ervaren komt doordat er een balans is tussen sturing vanuit de overheid en wat scholen zelf kunnen bepalen. Het is niet alleen de overheid die bepaalt wat moet gebeuren en welke regels opgevolgd moeten worden. Scholen overleggen met gemeentes, ouders en andere stakeholders over het onderwijs, deze stemmen worden serieus meegewogen in de besluitvorming waarbij het zoeken naar consensus de rode draad is. Bestuurders hoeven dus niet het gevoel te hebben dat ze slechts uitvoerders van regels zijn, hetgeen vaak een negatief effect heeft op het denkvermogen en creativiteit en de autonomie. Deze autonomie wordt prachtig omschreven door de schoolleider BartJan Commissaris:

“I am unbelievably proud when I see how everyone at school shares in this process. It is not just the teachers, but the other staff and parents as well who are of key importance for the whole development of the child.” (p. 67)

Wellicht dat dit gevoel van zelfsturing als als gevolg heeft dat de Nederlandse leerlingen ook een hoge mate van autonomie ervaren en het gevoel hebben dat zij veel over hun eigen leven te zeggen hebben, keuzes kunnen maken. Er is weinig stress en competitie. Voelt de Nederlandse leerling zich daardoor over het algemeen erg gelukkig? Het is een opvallende constatering in vergelijking met andere landen.

Een ander sterk kenmerk van het Nederlandse onderwijssysteem is dat het excellentie en het bieden van gelijke kansen weet te combineren. Het zijn de Nederlandse normen en waarden die je terugziet in het onderwijsstelsel: eerlijkheid, gelijkheid en verbondenheid zorgen ervoor dat iedere kind tot zijn recht komt. De onderwijsresultaten zijn prima en tegelijkertijd zijn er geen bevolkingsgroepen die uitgesloten worden van onderwijs. In tegenstelling tot berichten die wij de laatste tijd in de media lezen over toenemende ongelijkheid, doet Nederland het in vergelijking met andere landen erg goed en heeft het behalen van het soort diploma weinig te maken met de sociale achtergrond. Deze gelijkheid is in 1917 ontstaan toen het bijzonder onderwijs net als het openbaar onderwijs bekostigd werd. Het onderwijs heeft een grote bijdrage geleverd aan gelijke kansen voor iedereen en kende een grote rol in de emancipatie voor vrouwen, voor mensen uit de sociaal-arme gezinnen en voor mensen met verschillende religieuze achtergronden. Isabella Diney, een Nederlandse student omschrijft het treffend:

“The first word that springs to mind when I think of the Dutch education system is ‘oppurtunities.’ As a pupil you get to choose what kind of school you go to and you also get the oppurtunity to move on to different levels whitin that school. For example, I started at the lowest level of secondary general education but will soon finish at the highest pre-university level. That would never have been possible if the Dutch system didn’t offer everyone the same oppurtunities.” (p. 153)

De goede onderwijsresultaten in Nederland zijn mogelijk ook het gevolg van de opvattingen die Nederland heeft over goed onderwijs. Een inspectie laat zich ook voeden door bijvoorbeeld een hoogleraar als Gert Biesta die stelt dat goed onderwijs betekent dat de drie onderwijsdoelen kwalificatie, personificatie en socialisatie met elkaar in balans zijn. Steeds meer scholen zien dat goed onderwijs meer is dan alleen het behalen van goede resultaten. Het nieuwe leren draait om het leren faciliteren en het creëren van leermogelijkheden. Scholen vinden het belangrijk de leerlingen kennismaken met de normen en waarden in onze samenleving zodat zij later een plek kunnen vinden in de maatschappij. Ook de persoonsvorming krijgt steeds meer aandacht in het onderwijs; wie ben ik, wat wil ik en wat kan ik.

Er valt nog veel meer te vertellen over het boek The Dutch Way, ik heb mij vooral op de sterke kanten van ons onderwijssysteem gericht, want er wordt in Nederland al genoeg gemopperd over alles wat beter kan. De auteurs Harris en Jones verwonderen zich dan ook dat Nederlanders zo weinig trots zijn op hun onderwijs. Wellicht is deze bescheidenheid onderdeel van het succes?