Cleverlands
De geheimen van de vijf beste onderwijslanden volgens het internationale onderzoek PISA

Het Nederlandse onderwijssysteem doet het relatief goed als we het internationale onderzoek PISA lezen. Toch behoort Nederland volgens dit onderzoek niet tot de top van de onderwijslanden. De top bestaat uit de landen Singapore, China, Japan, Finland en Canada. Lucy Crehan heeft in haar boek Cleverlands de sterke kanten van het onderwijs in deze landen beschreven. Zij heeft dit niet aan de hand van een onderzoek beschreven. Zij is zelf naar deze landen afgereisd en heeft in scholen en bij mensen thuis ervaren hoe het onderwijs eruit ziet en wat wij daarvan kunnen leren. Nederland kan veel van dit boek leren. Het is een aanrader voor overheid, bestuurders, schoolleiders en docenten. Aan de hand van de problemen die het Nederlandse onderwijsstelsel volgens het PISA-onderzoek kent en het recent verschenen De Staat van het onderwijs, laat ik in vijf blogs zien welke oplossingen Crehan voorstelt. Doel is met diverse deskundigen te inventariseren hoe wij mogelijkerwijs een verandering in het onderwijs in Nederland kunnen realiseren. Dit doe ik vanuit VO-NEXT van de organisatie K+V waar wij ook in de praktijk onderzoeken hoe het onderwijs in Nederland anders kan en waarom het misschien ook wel anders moet…

Dalende prestaties
Deze eerste blog gaat over de dalende prestaties van de Nederlandse leerling. Deze doet het steeds minder goed als het om rekenen en wiskunde gaat. Prestaties zijn vooral bij de best presterende leerlingen afgenomen. Ook is het aantal leerlingen met een vwo-diploma afgenomen. Niet duidelijk is wat de oorzaak is van deze dalende prestaties.

Een mogelijke oorzaak kan zijn dat de leerproblemen niet op tijd in kaart zijn gebracht. In Nederland wordt bij een slecht cijfer meestal niet diepgaand gekeken wat er aan de hand is. De leerling heeft waarschijnlijk niet genoeg sommen gemaakt en bijles nodig, is een veelgehoord antwoord. Op de scholen die Crehan bezocht, worden leerproblemen al heel vroeg in kaart gebracht en krijgen leerlingen voor of na school extra lessen als zij op een bepaald onderdeel niet goed presteren. In Nederland gebeurt dit niet structureel maar bij toeval. Ook wordt op de kleuterschool in de bezochte landen spelenderwijs veel aandacht besteed aan vaardigheden die van belang zijn voor wiskunde (relaties leggen, tellen). Het is nog maar de vraag hoe dit in het Nederlandse kleuteronderwijs wordt aangeboden.
In Finland wordt er vanuit een holistisch geheel naar het kind gekeken. Scholen hebben daar alle zorg in huis; de psycholoog, maatschappelijk werker en studiebegeleider. Iedere twee weken is overleg over een klas. Men wil vooral achterhalen welke problemen er echt zijn. Dus niet zoals vaak in Nederland gebeurt snel overgaan op bijvoorbeeld bijles. Holistisch kijken vraagt om tijd en aandacht, maar heeft uiteindelijk wel als gevolg dat een probleem echt aangepakt wordt.
De dalende prestaties kunnen ook een mogelijk gevolg zijn van een gebrek aan ambitie. In een land als Japan zijn de prestaties onder andere hoog doordat er veel competitie tussen klassen en groepen onderling is, er zijn jaarlijks diverse culturele en sportieve activiteiten waar leerlingen kunnen laten zien waar zij goed in zijn. Leerlingen willen hier heel graag laten zien dat ze uitblinken in bijvoorbeeld wiskunde. Een mogelijke oorzaak is het sterke groepsgevoel in Japan. Het presteren is een verantwoordelijkheid van de groep. Je valt uit de groep als jij niet hoog presteert. In Nederland is het omgekeerde het geval, je valt buiten de groep als je hoog presteert. Het groepsdenken in Japan is erg bijzonder te noemen. Leerlingen worden bijna niet als individu aangesproken maar als groep. In de kleuterklas leidt dit tot chaotische taferelen, omdat leerlingen altijd als groep aangesproken wordt. Ze moeten zelf inzien wat het juiste gedrag is in de groep. De collectieve verantwoordelijkheid is ook op de middelbare school hoog. Er zijn twee klassenleiders die verantwoordelijk zijn voor de orde in de klas. Een nadeel aan deze manier van denken is dat Japanse kinderen weinig kritisch denken, ze willen nooit buiten de groep vallen, maar hun prestaties zijn wel hoog. Docenten in Japan laten kinderen denken dat ze alles kunnen, hetgeen werkt als een self-fulfilling prophecy. Leerlingen gaan inderdaad denken dat ze alles kunnen als ze maar hard werken. Ouders hebben in de bezochte landen een belangrijke invloed op de prestaties, zij worden intensief betrokken bij het leerproces van hun kind. Vooral moeders hameren op het belang van hard werken. Docenten sturen ouders meerdere berichten per dag over hoe hun kind het doet. Als moeder van twee pubers weet ik niet zo goed wat ik daarvan zou vinden, het is wel erg controlerend, maar je hebt in ieder geval wel contact met de school. Nu hangt het vaak van de docent af hoe snel er gereageerd wordt op een vraag. In Japan is deze controle volkomen normaal.
Er zit ook verschil in hoe leerlingen leren. De meeste landen hebben het memoriseren van kennis hoog in het vaandel staan. In Nederland wordt vaak wat laatdunkend over memoriseren gedaan, omdat het misschien lijkt alsof iemand het niet begrijpt. In de bezochte lessen wordt heel veel gestampt waardoor er een stevige basiskennis ontstaat. In Singapore wordt daarnaast veel gehamerd op het inzetten van de juiste leerstrategie. Deze zijn: Als ik hard studeer heb ik succes, ik herhaal tot ik het snap, ik probeer te begrijpen hoe het geleerde samenhangt met de rest, ik probeer te begrijpen wat ik leer, ik plan mijn schoolwerk zo goed als ik kan.
In Canada staat het kritisch denken en probleemoplossend vermogen wel hoog aangeschreven. Leerlingen leren hoe ze met een groep een probleem moeten aanpakken. Ze leren juist die dingen die een computer niet kan. Bij wiskunde leren leerlingen bijvoorbeeld welke strategieën zij moeten toepassen om tot een oplossing te komen. Dit zou voor de Nederlandse wiskundelessen wel eens een eyeopener kunnen zijn. De meeste wiskundelessen die ik als schoolleider bezocht heb, bestonden vooral uit het maken van sommen. Aan de hand van vragen wordt duidelijk wat geleerd moet worden. Daar heb je later in de samenleving natuurlijk veel meer aan, te meer omdat nu nog helemaal niet duidelijk is welke beroepen er over twintig jaar nog bestaan. In Nederland wordt er toch nog vaak vanuit gegaan dat enkel kennis aanbieden voldoende is. Het heeft als gevolg dat kinderen denken dat er maar een juist antwoord is. Om de juiste strategie te kunnen toepassen, is wel een bepaalde basiskennis nodig, dat onderschrijven alle landen. Alle kinderen moeten over het juiste niveau kennis beschikken om tot probleemoplossend leren te komen.

Kortom, de dalende prestaties in Nederland kunnen meerdere oorzaken hebben. In de eerste plaats zou het goed zijn de oorzaak van deze daling te achterhalen. Op basis van het boek Cleverlands vallen de volgende speculaties te doen. Wellicht heeft de Nederlandse leerling op de kleuterschool niet voldoende spelenderwijs ervaren hoe relaties of verhoudingen werken. Het kan ook zijn dat het ambitieniveau niet al te hoog is in de klas of dat er gaten in de basiskennis zitten waardoor niet alles begrepen wordt. Waarschijnlijk vinden veel leerlingen de vakken rekenen en wiskunde niet leuk om te doen. Vanuit de praktijk kan ik dit beamen. De oplossing zit wellicht in een combinatie van het aanbieden en memoriseren van kennis en het oplossingsgericht denken. Dus aan de hand van een ‘echt’ experiment uit de samenleving de wiskunde inzetten om tot een oplossing te komen. En dan moet uiteraard de basiskennis wel op orde zijn. Gelukkig zijn er wel scholen in Nederland waar al op deze manier gewerkt wordt. Van deze scholen kunnen wij veel leren. In september organiseer ik samen met K+V een meeting over Hoe het onderwijs ander kan. Heb je interesse om als expert over dit onderwerp te denken of vind je het interessant en heb je een mening over dit onderwerp, mail mij dan. Ik laat je eind juni weten wanneer de bijeenkomst gepland is. De volgende blog gaat over motivatieproblemen.

Minke Knol
Interim-manager en adviseur VO PO MBO
info@goedonderwijs.com

Bronvermelding:
2017. Staat van het onderwijs 2015/2016: Inspectie van onderwijs

Crehan, L. (2016). Cleverlands. Cornerstone

OECD. (2015). PISA. OECD