Inmiddels ben ik een dikke 20 jaar werkzaam in het onderwijs. Gaandeweg heb ik vanuit de praktijk en de theorie mijn visie op leren ontwikkeld. Met als centrale vraag; wanneer en onder welke omstandigheden komen leerlingen tot leren. Wat is daarbij de rol van de schoolleider, de docent en de leerling? Welke organisatievorm maakt dit mogelijk?

Vanuit de praktijk ben ik steeds meer gaan lezen en vond ik veel herkenning in onder meer Gert Biesta, Luc Stevens, Deci & Ryan, Rudolf Steiner, Philippe Meirieu, Hannah Arendt, Gareth Morgan, Mark Moore en Donald Schön. Steeds scherper zag ik wat er in scholen nodig is om leren te realiseren. Heel dikwijls blijft dit na de visie hangen in de hoe-vertaling. Hoe vertaal je de visie naar concreet handelen in het leslokaal?
Om de hoe-vraag voor scholen eenvoudiger te maken, heb ik mijn eigen visie op leren laten visualiseren, met dank aan Bert van der Meer. De basis voor het model is in de eerste plaats ontstaan vanuit de de drie domeinen van goed onderwijs; kwalificatie, socialisatie en personificatie van Gert Biesta. Deze heb ik vertaald naar Wie ben ik (persoonsvorming, Wat kan ik (kennis & vaardigheden) en Wat wil ik (de samenleving).
De vertaling hiervan is uitgewerkt in drie leeftijdsfases: 4-7 jaar, 7-14 jaar en 14-18 jaar. Een indeling die veel scholen in het buitenland hanteren en in Nederland ook door vrijescholen gebruikt wordt. Centraal staat de leerling die tijdens zijn schoolloopbaan gaat worden wie hij behoort te zijn bij Wie ben ik? Scholen geven hiervoor input vanuit Wat kan ik (kennis en vaardigheden) en Wat wil ik (de samenleving). Zoals in het model te zien is zit er een doorlopende leerlijn in alle domeinen. Het onderwijs past zich aan aan de leeftijdsfase van het kind. Een leerling in de onderbouw van de basisschool leert onder meer zelfstandig taken uit te voeren en leert spelenderwijs. Een leerling rond de 14 jaar leert hoe hij zijn schoolwerk moet organiseren en hoe hij een vraag stelt. Dit zijn allemaal voorwaarden om tot leren te komen.
Een leerling leert Wat hij wil door kennis te maken met de samenleving. Voor een leerling op de basisschool is de samenleving nog heel direct bij de school. Gaandeweg leren leerlingen steeds meer van de wereld kennen door praktische opdrachten, stages, uitwisselingen en door de docent die een relatie legt tussen de lesstof en de buitenwereld.

De belangrijkste rol in het leerproces van de leerling heeft de docent. Bij iedere leeftijdsfase heeft de docent een andere rol. In het basisonderwijs heeft nabootsing een belangrijke rol. Leerlingen leren door de docent na te doen. Vanaf een jaar of 14 leert de docent de leerling wereld kennen. Daarom is de relatie leerstof-actualiteit ook zo wezenlijk. In de bovenbouw leert de docent de leerling de wereld begrijpen vanuit de dialoog. Als de leerling 18 is, weet hij wie hij zelf is, wat kan hij, wat hij niet kan en wat hij vervolgens wil gaan doen.

Veel scholen worstelen met de balans tussen de drie domeinen. Dit model maakt het scholen mogelijk om ervoor te zorgen dat kennis & vaardigheden, persoonsvorming en de samenleving met elkaar in balans staan. Wie ben ik is voor alle scholen hetzelfde. Scholen hebben echter grote invloed op de persoonsvorming vanuit de domeinen kennis & vaardigheden en de samenleving. Er zijn scholen die bijvoorbeeld heel veel nadruk leggen op alleen kennis. Er zijn ook scholen die juist het vormende aspect veel nadruk geven. Scholen kunnen hierin ook echt doorslaan is mijn ervaring. Op scholen waar alleen kennis centraal staat, leren leerlingen vaak alleen voor een cijfer. Er zijn ook scholen waar kennis minder nadruk heeft en de leerling zelf kan ontdekken wat hij wil of waar heel veel activiteiten centraal staan en geen leerdoelen. Zorg er dus voor dat de drie domeinen met elkaar in balans zijn. Een leerling weet niet zomaar hoe hij moet samenwerken of reflecteren. Dat zijn vaardigheden die je je eigen moet maken en die je als school dus een plek in je curriculum geeft. Kennis opdoen in de leeftijd 7-14 jaar is essentieel om in de bovenbouw vervolgens te kunnen toepassen. Leren is niet altijd leuk en gaat ook niet zonder slag of stoot. In alle onderdelen in het model staat daarom doorzetten en fouten maken als onderdeel. Ook dat is iets wat je als leerling moet leren en dat kan alleen als de docent en de schoolleider dit voorleven.

Goed Onderwijs heb ik opgericht om op alle scholen het leren centraal te zetten. Hoe leuk is het om de schoolvisie samen met je hele school zichtbaar te maken? Na deze stap is vertaling naar de lessen niet zo ingewikkeld meer.
Ondersteuning vanuit Goed Onderwijs kan onder meer plaatsvinden door samen met de school een dergelijk eigen onderwijsmodel op maat te maken. Kijk op mijn website voor de mogelijkheden en neem vrijblijvend contact voor een gratis oriënterend gesprek.