“Want we moeten bouwen op dit begrip van de ouders. We kunnen alleen werken als we een begripvolle oudergemeenschap tegenover ons hebben.”
Rudolf Steiner, 13 januari 1921

Een belangrijk uitgangspunt van vrijescholen is de gedeelde verantwoordelijkheid van ouders en school voor de ontwikkeling en het welbevinden van het kind. Onderwijs is niet alleen een onderwijskundig systeem, maar ook een gebied van de menskundige opvoeding. Om de ontwikkeling van het kind optimaal te realiseren, is ouderbetrokkenheid erg belangrijk. Op West willen we een gemeenschap zijn, waarvan een belangrijk onderdeel is dat wij elkaar (ouders en team) vinden in de vraagstukken die zich voordoen. Goed onderwijs ontstaat vanuit de dialoog met leraren, leerlingen en ouders. Ouders hebben als opvoeder medezeggenschap over de gezamenlijke ontwikkeling van het kind. De leerkracht heeft hierin vanuit zijn vakmanschap een leidende rol. Essentieel om elkaar in dit tussengebied te vinden. De afgelopen tijd manifesteerde zich ruis in dit tussengebied. Dit artikel gaat over de wijze waarop we op een andere manier met deze vraagstukken om kunnen gaan, zodat ruis voorkomen kan worden.

De ruis was ontstaan rondom twee klassen. De klassen waren onvoldoende gevormd tot een harmonieuze groep, het kostte de leerkracht de nodige moeite om het geheel goed aan te sturen en er waren gewoontes ontstaan die niet helpend waren. Leerlingen hadden bijvoorbeeld moeite met het omgaan van uitgestelde aandacht of hadden het verzorgen van het materiaal zich nog niet eigen gemaakt. Als school ben je geneigd om dit probleem zo snel mogelijk op te lossen. Met klas drie zijn we in gesprek gegaan om regels te bedenken. Als een leerling deze was vergeten ging hij naar een rode stip om daar de regels weer even te lezen. Als de leerling daarmee klaar was, mocht hij zelf naar de groene stip lopen. Iets soortgelijks deed zich voor in een andere klas waar leerlingen zonnestralen konden verdienen als ze iets goed hadden gedaan. We hadden dit ingezet om een situatie te doorbreken en uit een impasse te komen. Op beide maatregelen kregen wij veel vragen in onze mailbox. Ouders waren erg geschrokken van de rode stip, het leek op een strafhoekje en ezelsoren. “Op de vrijeschool zijn we niet gewend aan het uitdelen van straffen en complimenten. Waar is dit voor nodig was de vraag”. Best ingewikkelde vragen, waar we ook niet meteen een antwoord op hadden, we hadden immers vanuit de beste intenties deze maatregelen in het leven geroepen in samenspraak met de leerlingen. Duidelijk was in ieder geval dat ouders en leerkracht elkaar niet hadden gevonden omtrent wat nodig was voor de ontwikkeling van het kind.

Twee ouders gingen vervolgens met ons in gesprek over de vraag waarom wij dergelijke vraagstukken niet meer vanuit de menskunde behandelden. Ouders en leerkrachten uit verschillende klassen van diverse scholen volgen op de vrijeschool in Prinsenland een cursus Menskunde (vrijeschool pedagogie) onder leiding van Jacques Meulman. De menskunde verbindt inzichten omtrent de mens aan de praktijk van het pedagogisch handelen. Centraal hierin staat dat ieder mens een uniek wezen is met een eigen lichaam, ziel en geest en een eigen ontwikkelingstaak. Gaandeweg ontwikkelen deze drie elementen zich van kind naar volwassene. In deze ontwikkeling staat het denken, voelen en willen centraal. Het leren met hoofd, hart en handen is gericht op de ontwikkeling van het lichaam, de ziel en de geest. In ons onderwijs is het leerplan dan ook afgestemd op de ontwikkelingsfasen van de leerling. Deze verloopt volgens min of meer universele lijnen of leeftijdsfasen. Leerstof is op de Vrijeschool geen doel op zich, maar een middel waardoor talenten en mogelijkheden die in aanleg aanwezig zijn zich kunnen ontplooien. Onderwijs is dus niet alleen een onderwijskundig-didactisch systeem, maar ook een gebied van de menskundige opvoeding. Het is de leerkracht die deze menskunde inbrengt in het onderwijs en de verbinding met diverse betrokkenen legt. Tijdens deze avonden over de Menskunde hebben ouders en leerkrachten het samen over deze ontwikkeling en het aangaan van verbinding. De vraag die wij van ouders kregen is of we deze wijze niet meer in de school kunnen toepassen in plaats van maatregelen toe te passen waarbij straffen en belonen centraal staat. Voor ons in ieder geval reden om Jacques Meulman uit te nodigen.

Samen met twee ouders, Frouke Beekman (intern begeleider) en ik hebben we een interessant gesprek gevoerd over de wijze waarop wij ons onderwijs nu vormgeven. Meulman geeft aan dat heel veel van wat wij doen in het onderwijs geconditioneerd is. In de loop van de tijd zijn veel methodieken voor scholen bedacht. Hierbij wordt steeds al een oplossing geboden en blijft een creatief denkproces uit. De vreedzame school waar ook veel vragen over komen is hier een mooi voorbeeld van. Voor scholen kan het inderdaad prettig zijn om met een methode te werken die in de lessen gebruikt kan worden om bepaalde thema’s centraal te stellen. Meulman geeft aan dat een interventie niet op zich zou moeten staan, maar kan dienen als eerste ingang. Een vervolg is daarom noodzakelijk om met elkaar dieper te kijken naar de achterliggende vraag of ontwikkelingsbehoefte.
Zonnestralen en rode stippen omschrijft Meulman als aspirientjes die wellicht even de ‘pijn’ verzachten, maar het probleem niet daadwerkelijk oplossen. Het is prima om een maatregel in te voeren, zeker om bepaalde patronen te doorbreken, maar daarnaast zouden we meer aandacht en tijd moeten nemen om uit te zoeken wat de onderliggende vraag van een kind of een klas is.

De oplossing die Meulman voorstelt is eigenlijk heel simpel, maar gebeurt toch op heel weinig scholen. Organiseer vanuit de klas werkavonden over thema’s die dat jaar in de klas spelen. Je kunt deze aan laten sluiten bij de leeftijdsfase van het kind. In klas drie was een vraagstuk van de laatste tijd dat iemand spullen wegnam (cakejes uit broodtrommels, pepernoten, een etui). Toevallig deed dit probleem zich voor op de school van één van mijn kinderen in de vorm van geld dat gestolen was. De klas moest net zo lang blijven zitten tot de dader zou opstaan. Uiteraard gebeurde dit niet. Meulman stelt voor om andersom te denken. Ga als leerkrachten pedagogische verhalen voorlezen over deze problematiek (het niet respecteren van elkaars eigendommen). Organiseer met de ouders een werkavond en neem als insteek de leeftijdsfase van het kind in klas drie. Op deze leeftijd hebben kinderen sterk de behoefte om hun eigen grenzen te gaan verkennen. Bespreek vervolgens met elkaar op welke wijze je met dit probleem kunt omgaan. Deze avonden werken als gist in een brood, aldus Meulman, omdat school en ouders hierdoor op dezelfde wijze (thuis en school) om het kind heen gaan staan en er hierdoor steeds minder van deze brandjes ontstaan. Het gevolg is dat in de school een onderzoekend leerklimaat ontstaat en dat kan de ontwikkeling van het kind inderdaad alleen maar ten goede komen.

Wat gaan we als school nu concreet anders doen? We gaan in ieder geval vanaf volgend schooljaar werkavonden inplannen over thema’s die in de klas en op school spelen. Zo maken we een verdiepingsslag waarbij we met en van elkaar kunnen leren. We kunnen daarvoor deskundigen uitnodigen die ons kunnen inspireren. Door een intensieve samenwerking met leraren, ouders en leerlingen kan inderdaad een prikkelende gemeenschap ontstaan waar leren en onderzoeken centraal staat. Op die manier staan we samen om het kind heen en wordt daadwerkelijk de verbinding gelegd tussen onderwijs en opvoedkunde. Dat kan de ontwikkeling van het kind alleen maar ten goede komen.

Minke Knol & Frouke Beekman

Met dank aan Fabiana Toni en Bart Groen die voor ons een bijeenkomst onder leiding van Jacques Meulman georganiseerd hebben.

Gebruikte literatuur:

  • Stockmeyer E.A. ( 2015): Rudolf Steiner’s curriculum for Steiner-Waldorf Schools. Dornach, Floris Books.
  • Wember, V. (2018). Het bouwwerk van de Waldorf-pedagogie. Amsterdam, Uitgeverij Pentagon.
  • Wember, V. (2015). The five dimensions of Waldorf education in the work of Rudolf Steiner. Tübingen, Stratosverslag.